Wat trek je aan naar een uitvaart?
“Kleren maken de man…” Zo luidt het eeuwenoude gezegde en het zegt ons, dat kleding en uiterlijke verzorging bepalen hoe anderen ons beoordelen. Ons kwalificeren of we al dan niet betrouwbaar zijn. Ons werk goed kunnen doen en goed of minder goed bedeeld zijn. Een vorm van non-verbale communicatie dus, die vraagt om een genuanceerde blik want inmiddels hebben we door de jaren heen veel meer oog voor de innerlijke mens dan slechts het pak of jurk waarin iemand gehuld is. En toch is de uitvaartbranche hierin nog wel eens lastig. Want als uitvaartbegeleider in een jeans met sneakers tijdens een herinneringsdienst, kan dat eigenlijk wel? Het antwoord kent vele antwoorden. Want de 1 vindt het geen probleem, de ander zeer onwenselijk en voor sommigen is het een harde eis…
Joop, was zo’n man die het als harde eis stelde.
“Geen colberts, gladde schoentjes en al helemaal geen stropdassies”
Hij zei het met een zwaar Rotterdams accent, dat door al die jaren dat hij inmiddels al in Drenthe woonachtig was, niet was aangetast. Ik kwam Joop zo nu en dan tegen en die keren dat ik hem sprak, was er altijd van zijn kant een grapje over mijn werk als uitvaartbegeleider. Zwarte humor en Joop, die steevast zei “Dood gaan we allemaal een keer, je mot d’r niet zo bang voor weze” Joop ging onbevreesd, maar vooral onverwacht. In de vertrekhal op Schiphol, wachtend in de rij om in te checken voor een 10-daagse vakantie naar zijn geliefde Mallorca, werd hij getroffen door een hersenbloeding. Met spoed werd hij overgebracht naar het ziekenhuis, in Amsterdam notabene, waarover hij zelf de grootste, slechtste grap zou hebben gemaakt. Joop overleed op de operatietafel. Zijn leven was voorbij. Het goede leven waar hij met volle teugen van had genoten. Alle moeilijke, zware dingen van het leven, met humor oploste. En met die wetenschap ging ik, samen met zijn vrouw en goede kameraad, aan de slag met het afscheid van Joop.
Op de kaart moest niet het woord afscheidsdienst komen te staan maar een viering van zijn leven. Niet zwaar en treurig, maar informeel en veel muziek. Harde muziek bij voorkeur. Bij het zoeken naar een geschikte locatie voelde veel niet passend. Te plechtig, te strak, teveel standaard. Het werd, op mijn aanraden, Joops’ stamkroeg en zo stemden we stap voor stap alles af, op de wensen van Joop en op datgene wat zo passend was voor hem.
Op de ochtend van de uitvaart trok ik niet mijn werkschoenen aan, maar koos voor een paar sneakers. Wel droeg ik een pak inclusief stropdas. Niet omdat ik niet wilde voldoen aan de wensen van Joop, integendeel zelfs. Ik had een plan. Tijdens het woord van welkom, deed ik mijn rechtervoet omhoog en toonde mijn sneakers. Ik legde uit dat ik die speciaal had aangetrokken voor Joop. Daarna trok ik mijn colbertje uit en deed mijn stropdas af. Zo had ik respect getoond voor alle genodigden, maar maakte ik bovenal een statement voor Joop.
Die toffe Rotterdammer!